Wekelijkse nieuwsbrief schrijven die echt gelezen wordt

Door · E-mailmarketing

“Ik weet niet wat ik moet schrijven.” Dat is bijna altijd de echte reden dat een wekelijkse nieuwsbrief stilvalt. Niet tijdgebrek, niet techniek. Het lege scherm. Je opent je mailtool, de cursor knippert, en je hoofd is leeg. Dus stel je het uit tot morgen, en morgen wordt volgende week, en voor je het weet heb je twee maanden niks gestuurd. Hieronder lees je hoe je dat lege scherm voorgoed oplost, en hoe je een nieuwsbrief schrijft die mensen daadwerkelijk openen en lezen.

Waar je onderwerpen vandaan haalt

Je hoeft niks te verzinnen. Je onderwerpen liggen al voor je, je let er alleen niet op. Drie plekken waar ze elke week opduiken.

Vragen die je klanten stellen

Elke vraag die een klant of een lead je stelt, is een nieuwsbrief. Als één persoon het vraagt, zitten er tien met dezelfde vraag in je lijst die hem niet durven of nemen te stellen. Beantwoord die vraag in een mail, en je raakt precies waar je doelgroep mee zit.

Fouten die je steeds weer ziet

Jij ziet in jouw vakgebied dingen die anderen fout doen, keer op keer. Dat is goud. “De fout die ik bij bijna iedereen zie” is een onderwerp waar mensen niet langs kunnen scrollen, omdat ze stiekem bang zijn dat ze hem zelf maken.

Een mening die je echt hebt

De saaiste nieuwsbrieven zijn de neutrale. Heb je een mening over een trend, een methode of een aanname in je vak, schrijf die op. Een stelling waar niet iedereen het mee eens is, leest beter dan een veilig rijtje tips. Je hoeft niet te ruziën, je moet alleen ergens voor staan.

Houd één lopend lijstje bij, in je telefoon of een los bestand. Elke keer dat een onderwerp je opvalt, zet je het erop. Binnen een week heb je meer ideeën dan je in een maand kunt versturen.

De opbouw van één goede mail

Een nieuwsbrief die gelezen wordt, heeft vier dingen. Niet meer.

De vier onderdelen van een nieuwsbrief die gelezen wordt: één idee, een haak in de eerste regel, een persoonlijke toon en één duidelijke afsluiting

Eén idee. Niet drie tips en een aankondiging en een vraag. Eén gedachte, helder uitgewerkt. Als je merkt dat je twee dingen wilt zeggen, splits het in twee mails. Je hebt toch volgende week weer.

Een haak in de eerste regel. De eerste zin bepaalt of mensen verder lezen. Begin niet met “Ik hoop dat het goed met je gaat.” Begin met de vraag, de fout of de stelling zelf. Val met de deur in huis.

Een persoonlijke toon. Schrijf zoals je praat. Korte zinnen. “Je” en “ik”, geen “men” en “wij”. Lees je mail hardop voor het versturen. Struikel je ergens, dan struikelt je lezer daar ook.

Eén afsluiting. Aan het eind staat één ding dat je wilt dat de lezer doet. Een antwoord, een klik, een aanmelding. Twee verzoeken in één mail betekent dat mensen geen van beide doen. Kies er één.

Ritme en consistentie

Een wekelijkse nieuwsbrief draait niet op inspiratie, hij draait op een gewoonte. Kies een vaste dag en een vaste tijd, en schrijf elke week op datzelfde moment. Niet wanneer je zin hebt, maar wanneer het in je agenda staat.

Consistentie verslaat kwaliteit. Een eenvoudige mail die elke week komt, bouwt meer vertrouwen op dan een meesterwerk dat drie keer per jaar verschijnt. Je lijst raakt gewend aan je. Je naam in de inbox wordt vertrouwd in plaats van verdacht. Hoe vaak je precies moet mailen, en waarom wekelijks vaak het minimum is, lees je in hoe vaak mailen als coach.

Schrijf liever vooruit als het kan. Heb je een goede dag, schrijf dan meteen twee of drie mails en plan ze in. Dan val je niet stil in de week dat het druk is.

Onderwerpregels die openen

Je beste mail wordt niet gelezen als de onderwerpregel niet pakt. Een paar dingen die werken voor coaches en trainers.

Houd hem kort. Vier tot zeven woorden lezen beter op een telefoon dan een hele zin. De meeste mensen openen hun mail mobiel, en daar wordt een lange onderwerpregel afgekapt.

Beloof iets of wek nieuwsgierigheid. “De fout die je coachingtraject saboteert” werkt beter dan “Tips voor je traject.” Wees concreet, niet vaag.

Vermijd schreeuwerige hoofdletters en uitroeptekens. Die voelen als reclame, en reclame open je niet. Schrijf je onderwerpregel zoals je een berichtje aan een bekende zou typen.

Test af en toe. Twijfel je tussen twee onderwerpregels, gebruik dan de A/B-test in je mailtool. Na een paar weken zie je een patroon in wat jouw lijst opent.

Praktijkvoorbeeld

Een loopbaancoach mailde lang onregelmatig, eens in de zes weken een lange update met meerdere onderwerpen door elkaar. Open rates rond de 20 procent, nauwelijks reacties. Ze stapte over op één korte mail per week, elke dinsdagochtend, met telkens één idee uit een gesprek met een klant.

De eerste mail ging over één vraag die ze die week drie keer had gekregen: “Hoe weet ik of ik echt toe ben aan een overstap?” Geen lijstje, gewoon haar antwoord, persoonlijk opgeschreven, met aan het eind één vraag terug. Ze kreeg die week meer reacties dan in het halfjaar daarvoor.

Na twee maanden wekelijks mailen lag haar open rate dichter bij 35 procent, en belangrijker: ze kreeg geregeld aanmeldingen voor een kennismaking uit mensen die “al een tijdje meelazen.” Niet door een slimme funnel. Door er elke week te zijn met iets relevants.

Wat mensen hier verkeerd doen

  • Te veel in één mail proppen. Drie onderwerpen, vier links, een PS met nog een aanbod. De lezer haakt af en doet niks.
  • Beginnen met opwarmen. “Ik hoop dat je een fijne week hebt” als openingszin verspilt precies de regel die telt.
  • Wachten op het perfecte onderwerp. Een goede mail nu verslaat een briljante mail die er nooit komt.
  • Schrijven als een bedrijf. Stijve, formele taal voelt als een persbericht. Mensen openen mail van mensen.
  • Geen duidelijke actie. Een mail zonder afsluiting is een gesprek dat doodloopt. Vertel wat je wilt dat ze doen.
  • Stoppen na drie weken omdat het “niks doet.” De resultaten komen na maanden, niet na mails. Wie te vroeg stopt, ziet ze nooit.

Wat je nu kunt doen

  1. Maak vandaag je onderwerpen-lijstje aan. Schrijf direct vijf onderwerpen op uit vragen, fouten en meningen uit je eigen praktijk.
  2. Kies een vaste dag en tijd voor je nieuwsbrief en zet hem als terugkerende afspraak in je agenda.
  3. Schrijf je eerste mail rond één idee. Eén haak, één gedachte, één afsluiting. Niet perfect, gewoon af.
  4. Plan hem in en houd het vier weken vol voordat je iets aan je aanpak verandert.
  5. Wil je dat je opvolging op de automatische piloot loopt naast je wekelijkse mail, pak dan de 5 ActiveCampaign-automations die elke ondernemer nodig heeft.

Verdieping over hoe vaak je mailt en hoe je je lijst tegelijk laat groeien, lees je in e-mailfrequentie en je lijst opbouwen. Wil je het hele plaatje van mailen in ActiveCampaign, begin dan bij de complete ActiveCampaign-gids.


Gebaseerd op ActiveCampaign- en MailBlue-trajecten met coaches en trainers (2018–heden).

Veelgestelde vragen

Waar haal ik elke week een onderwerp vandaan voor mijn nieuwsbrief?

Uit het werk dat je al doet. Een vraag die een klant stelde, een fout die je vaak ziet, een mening over iets in je vakgebied. Houd een lopend lijstje bij in je telefoon, dan zit je nooit voor een leeg scherm.

Hoe lang moet een wekelijkse nieuwsbrief zijn?

Lang genoeg om je punt te maken, korter dan je denkt. Voor de meeste coaches en trainers werkt 150 tot 350 woorden goed. Eén idee, helder uitgelegd, met één actie aan het eind. Niemand wacht op een lange mail.

Wat is belangrijker, de onderwerpregel of de inhoud?

Allebei op een ander moment. De onderwerpregel bepaalt of je mail geopend wordt, de inhoud bepaalt of mensen je de volgende keer weer openen. Een sterke onderwerpregel met zwakke inhoud werkt één keer, daarna daalt je open rate.

Klopt jouw ActiveCampaign-setup eigenlijk wel?

Laat 'm doorlichten met de Quick Scan — binnen een week weet je waar het lekt.

Bestel de Quick Scan